Deze civiele procedure betreft de vaststelling van de vergoeding die Greenchoice aan Eneco verschuldigd is voor gasgaranties, zoals geregeld in de Garantieovereenkomst van 24 juli 2007. Partijen verschillen van mening over de uitleg van artikel 8.5 en de redelijkheid van de vergoeding, mede door een gefaseerde prijsverhoging van nihil in 2009 tot €685.833,66 in 2013.
De rechtbank baseert zich op tussenvonnissen, een deskundigenbericht en conclusies van partijen. De deskundigen bevestigen dat de interne tarieven van Eneco marktconform zijn en dat Greenchoice heeft geprofiteerd van de financiële slagkracht van Eneco. De rechtbank wijst de stelling van Greenchoice af dat zij slechts proportionele kosten hoeft te betalen en dat Eneco garant moet staan voor andere gasleveranciers dan GasTerra.
De vergoeding voor 2013 wordt vastgesteld op basis van interne tarieven en het ING-tarief, waarbij Eneco een korting van 50% had toegezegd maar slechts 26% verleende. Eneco wordt veroordeeld tot terugbetaling van het verschil van €222.732,89 plus btw en wettelijke rente. Verder wijst de rechtbank de overige vorderingen af, waaronder schadevergoedingen voor te late garanties en vorderingen tegen Eneco Consumenten. Proceskosten worden gecompenseerd.