Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 5 februari 2015 met producties 1 t/m 60
- de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie, tevens houdende voorwaardelijke incidentele vordering tot toestaan oproepen derde in geding ex artikel 118 Rv Pro, met producties 1 t/m 26
- de conclusie van antwoord in het incident
- het vonnis in het incident d.d. 2 september 2015
- het tussenvonnis d.d. 7 oktober 2015
- de brief van de rechtbank d.d. 3 december 2015
- de brief van mr. Arts d.d. 11 december 2015
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie van Greenchoice
- de akte overlegging producties 27 tot en met 30 van Eneco
- de akte uitlaten verzoek rechtbank van 31 december 2016 van Greenchoice, met producties 72 t/m 75
- standpunt Eneco t.a.v. onderwerpen comparitie d.d. 31 december 2015
- de akte tot eisvermeerdering d.d. 8 januari 2016 van Greenchoice
- de akte overlegging productie 76 door Greenchoice
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen d.d. 12 januari 2015
- de brief d.d. 5 februari 2016 aan de zijde van Greenchoice met opmerkingen over het proces-verbaal van de comparitie
- de akte na comparitie d.d. 24 februari 2016 van Eneco
- de akte na comparitie van 23 maart 2016 van Greenchoice.
2.De vaststaande feiten
op grond en als gevolg van de in artikelen 2.5.2, 2.5.3 en 4.7 genoemde inkoopovereenkomst in verband met de inkoop door GEA van gas bij Gasunie N.V. voor het kalenderjaar 2007, alsmede voor de opvolgende jaren, zolang de samenwerking duurt, door de inkooprelatie met ENECO Energy Trade B.V. voordeel zal verkrijgen van de financiële kracht van de ENECO Groep; hiervoor zal aan GEA een marktconforme vergoeding berekend worden.
EET spant zich in om de gasleveringen op de leverancierscode van GreenChoice onder de algemene garantie te laten vallen die ENECO heeft met GasTerra. GreenChoice draagt hiervoor de proportionele kosten conform de mantelovereenkomst met EET.
, op grond en als gevolg van de in de LOI genoemde inkoopovereenkomst elektriciteit en gas, in verband met de inkoop door GEA van gas bij Gas Terra B.V of een andere gasleverancier voor het kalenderjaar 2007, alsmede eventueel voor opvolgende jaren, zolang ECBV en EER gezamenlijk aandeelhouders zijn van GEA, door de inkooprelatie met EET voordeel zal verkrijgen van de financiële kracht van de ENECO-groepsmaatschappijen;
3.De vordering in conventie en in voorwaardelijke reconventie
1.GARANTIEOVEREENKOMST ALGEMEEN
(sureties)jegens GasTerra en Statoil af te geven en dat Eneco Holding en EET hiervoor jegens Greenchoice hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de als gevolg daarvan door Greenchoice geleden en nog te lijden schade.
(sureties)jegens GasTerra en Statoil af te geven en dat Eneco Holding en EET hiervoor jegens Greenchoice hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de als gevolg daarvan door Greenchoice geleden en nog te lijden schade.
(sureties)jegens Statoil af te geven en dat Eneco Holding en EET hiervoor jegens Greenchoice hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de als gevolg daarvan door Greenchoice geleden en nog te lijden schade.
(surety)voor 2013 EUR 685.833,66 heeft betaald, en
nietbinnen twee weken na het in deze te wijzen vonnis, op een voor Greenchoice controleerbare en inzichtelijke wijze, schriftelijk duidelijk hebben gemaakt:
(sureties)jegens Statoil af te geven en dat Eneco Holding en EET hiervoor jegens Greenchoice hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de als gevolg daarvan door Greenchoice geleden en nog te lijden schade.
4.Beoordeling
in het incident
) moet kunnen profiteren van de financiële kracht van Eneco – twee uitgangspunten overeengekomen voor de prijszetting van de door Eneco af te geven gasgarantie: (i) marktconform, en (ii) zoals geldend voor alle dochterondernemingen binnen de Eneco-groep. Het lijkt aannemelijk dat beide principes destijds van belang werden geacht: GEA wenste niet anders behandeld te worden dan de (concurrerende) Eneco-dochterondernemingen, en indien om welke reden dan ook binnen het Eneco concern een willekeurig hoog tarief zou worden opgelegd, wilde GEA marktconformiteit. De conclusie kan luiden dat GEA feitelijk de laagste prijs van de twee zou krijgen: maximaal gelijk aan hetgeen intern binnen de Eneco-groep werd gehanteerd en maximaal marktconform.(…)
mogelijkheidgeboden dat Eneco een garantie afgeeft ten aanzien van andere gasleveranciers – zie punt 2.6 waarin de definitie van bankgarantie wordt gegeven – maar een
verplichtingis niet overeengekomen in de Garantieovereenkomst. Er zijn ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit die verplichting toch kan worden afgeleid.