ECLI:NL:RBROT:2022:1720
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde van galerijflat vastgesteld op €125.000
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van een galerijflat voor het belastingjaar 2020 vastgesteld op €125.000,-. Eiser betwist deze waarde en stelt dat de waarde €116.000,- bedraagt. De rechtbank beoordeelt of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat de waarde is gebaseerd op een taxatierapport met vergelijkingsobjecten die qua type, bouwjaar en ligging goed vergelijkbaar zijn. De eigen aankoopprijs van eiser ligt te ver van de waardepeildatum om maatgevend te zijn. Hoewel eiser stelt dat het indexeringspercentage onvoldoende inzichtelijk is gemaakt, acht de rechtbank het toegepast percentage correct en voldoende onderbouwd.
Verweerder heeft niet alle gevraagde stukken verstrekt, wat in strijd is met artikel 40, tweede lid, Wet WOZ. Dit gebrek leidt echter niet tot vernietiging van het besluit, omdat de waarde niet te hoog is vastgesteld en eiser hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.