ECLI:NL:RBROT:2022:1169
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens te hoog vermogen en niet aannemelijke terugbetalingsverplichting lening moeder
Eiser vroeg op 5 februari 2021 een bijstandsuitkering aan, maar de aanvraag werd afgewezen omdat zijn vermogen boven de toegestane grens lag. Op 7 januari 2021 ontving eiser een bedrag van ruim €19.000, waarvan €15.000 op 27 januari 2021 aan zijn moeder werd overgemaakt als lening. Verweerder nam deze lening niet mee als schuld omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat er een daadwerkelijke en afdwingbare terugbetalingsverplichting bestond.
Eiser stelde dat de lening terugbetaald moest worden en overhandigde een leenovereenkomst uit 2018 waarin een terugbetaling binnen vijf jaar was vastgelegd. De rechtbank oordeelde echter dat niet duidelijk was dat de lening opeisbaar was op de datum van de aanvraag en dat eiser geen bewijs leverde van afdwingbaarheid of eerdere aflossingen.
Verder werd geoordeeld dat de wijziging van de afwijzingsgrond in bezwaar procedureel toelaatbaar was en eiser daardoor niet in zijn verweermogelijkheden was geschaad. De terugvordering van voorschotten werd niet betwist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat de lening niet als schuld wordt erkend en het vermogen te hoog is.