Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 december 2022 in de zaak tussen
[naam eiser], uit [woonplaats], eiser
[naam bedrijf]uit Rotterdam, [naam bedrijf],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) informatie over buitenlandse projecten van het Havenbedrijf Rotterdam. Het college besloot het verzoek deels toe te wijzen en deels te weigeren. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelt dat het college de weigeringen onvoldoende heeft gemotiveerd, met name ten aanzien van de weigeringsgronden uit artikel 10 en Pro 11 van de Wob.
De rechtbank stelt vast dat het college onvoldoende heeft onderzocht of documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt konden worden door vertrouwelijke delen weg te laten. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom economische en financiële belangen van de gemeente Rotterdam of het Havenbedrijf zouden worden geschaad door openbaarmaking. Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd waarom persoonlijke beleidsopvattingen niet in niet-persoonsherleidbare vorm openbaar gemaakt konden worden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb en draagt het college op een nieuw besluit te nemen met toepassing van de Wet open overheid (Woo), die sinds 1 mei 2022 van kracht is. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. De rechtbank ziet geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien of een bestuurlijke lus toe te passen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het college moet een nieuw besluit nemen volgens de Woo.