Stichting QuaWonen vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning omdat de huurder, [gedaagde01], volgens haar niet onafgebroken zijn hoofdverblijf in het gehuurde had gehouden sinds het begin van de huurperiode op 14 mei 2019. De huurder betwistte dit en droeg bewijs aan, waaronder verbruiksgegevens van water, elektriciteit en warmte, alsmede getuigenverklaringen van zijn vader en een vriend. QuaWonen bracht ook getuigenverklaringen in van haar medewerkers.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder de bewijslast droeg en dat hij niet slaagde in zijn bewijsopdracht. De verbruiksgegevens waren onvoldoende om ononderbroken bewoning aan te tonen, mede omdat het verbruik hoger was dan dat van een gemiddeld eenpersoonshuishouden, wat ruimte liet voor andere scenario's. De getuigenverklaringen van de huurder stonden haaks op die van de medewerkers van QuaWonen, die constateerden dat het gehuurde aanvankelijk niet bewoond was, onder meer vanwege afgeplakte ramen en veel post op de deurmat.
De kantonrechter concludeerde dat vaststaat dat de huurder niet sinds het begin van de huurperiode zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft behouden. Dit vormt een tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen, waarop de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden toegewezen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en de ontruimingstermijn werd gesteld op 14 dagen na het vonnis. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.