ECLI:NL:RBROT:2021:9963
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de tijdelijke tegemoetkomingsregeling kinderopvang eigen bijdrage tijdens COVID-19
Eiser ontving kinderopvangtoeslag voor twee kinderen en wijzigde het aantal opvanguren na de peildatum 6 april 2020. Verweerder handhaafde de tegemoetkoming op basis van het aantal uren dat op de peildatum bekend was, conform het Besluit van 6 mei 2020.
Eiser stelde dat de wijziging van het aantal opvanguren en het uurtarief later doorgegeven waren en dat het systeem van verweerder het gelijktijdig doorgeven van wijzigingen belemmerde. De rechtbank oordeelde dat eiser tijdig contact had kunnen opnemen en dat het Besluit geen ruimte biedt voor afwijking van de peildatum of een hardheidsclausule.
De rechtbank benadrukte dat het Besluit is vastgesteld tegen de achtergrond van de coronamaatregelen en het kabinet ouders vroeg de kosten te blijven betalen. De keuze voor een peildatum in het verleden en het ontbreken van een hardheidsclausule zijn bestuurlijk-politieke keuzes die ook de rechter binden.
Daarom leidt toepassing van het Besluit niet tot onevenredig nadelige gevolgen en wordt het beroep ongegrond verklaard. De financiële gevolgen zijn relatief gering en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit over de tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang wordt ongegrond verklaard.