ECLI:NL:RBROT:2021:9048
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde appartement met correcties voor VvE-reserves en dienstwoning
Eiser betwist de door de gemeente Rotterdam vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement voor de belastingjaren 2019 en 2020, stellende dat deze te hoog is vastgesteld. De gemeente heeft de waarde bepaald via de vergelijkingsmethode, waarbij verkoopcijfers van vergelijkbare appartementen zijn geïndexeerd en gecorrigeerd voor onder meer het aandeel in het reservefonds van de Vereniging van Eigenaars (VvE) en het aandeel in een dienstwoning.
De rechtbank oordeelt dat de WOZ-waarde de volle en onbezwaarde eigendom betreft en dat het aandeel in het VvE-reservefonds en de dienstwoning niet in de WOZ-waarde worden meegenomen. De correcties op de verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten voor deze factoren zijn terecht toegepast. Daarnaast is vastgesteld dat de gebruikte vergelijkingsobjecten representatief zijn en dat verschillen in ligging en uitzicht adequaat zijn verwerkt in de m²-prijzen.
Eiser heeft ook aangevoerd dat het gebruikte stijgingspercentage voor de indexatie van verkoopprijzen te hoog zou zijn, maar deze stelling werd te laat ingebracht en onvoldoende onderbouwd, waardoor de rechtbank deze buiten beschouwing laat. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het appartement worden ongegrond verklaard.