ECLI:NL:RBROT:2021:692
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek en gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving sinds 2015 bijstand en kreeg deze ingetrokken per 12 maart 2020 omdat verweerder meende dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner en zij niet meewerkte aan een huisbezoek. Verweerder baseerde dit op meldingen over overlast, verbruiksgegevens en een weigering van het huisbezoek.
Eiseres betwistte de gezamenlijke huishouding en gaf aan niet te weigeren, maar bang te zijn voor een gevaarlijke situatie en eerst overleg te willen voeren. De rechtbank oordeelde dat het verbruik van water en elektriciteit en andere onderzoeksgegevens onvoldoende waren om te concluderen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. Wel was er een redelijke grond voor het huisbezoek.
De rechtbank stelde vast dat eiseres het huisbezoek daadwerkelijk had geweigerd zonder dringende reden. De intrekking van de bijstand was daarom terecht omdat verweerder de woon- en leefsituatie niet kon vaststellen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard wegens weigering medewerking aan huisbezoek en onvoldoende bewijs voor gezamenlijke huishouding.