Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedures
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 3 november 2020;
- het verweerschrift van de man, ingekomen op 9 november 2020.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, waarbij de vrouw deelnam door middel van een beeldbelverbinding;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam 1];
- de GI, vertegenwoordigd door [naam 2].
2..De vaststaande feiten
.
3..De beoordeling
:
- de noodzaak om te verhuizen;
- een goede voorbereiding van de verhuizing;
- het aanbieden van alternatieven of compensatie voor de verminderingen van de contactmogelijkheden met de andere ouder;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de extra kosten van contact na de verhuizing;
- de bestendigheid van de nieuwe relatie van de verhuizende ouder;
- de mate waarin ouders nog in staat zijn tot overleg;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen.