ECLI:NL:RBROT:2021:10192
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering uitvaartcentrum volgens Wet WOZ met levensduurverlenging en restwaarde
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van een uitvaartcentrum voor de belastingjaren 2018 en 2019, stellende dat deze te hoog waren. Verweerder had de waarde vastgesteld op respectievelijk € 2.133.000 en € 2.709.000, terwijl eiseres lagere waarden aanvoerde. De rechtbank behandelde beide zaken gezamenlijk en onderzocht de waardepeildata 1 januari 2017 en 1 januari 2018.
De onroerende zaak betreft een uitvaartcentrum in Rotterdam-Zuid, met een bruto vloeroppervlak van 2.007 m², gebouwd in 1997. De waardering werd gebaseerd op de Wet WOZ, waarbij de vervangingswaarde geldt indien deze hoger is dan de marktwaarde. Verweerder overhandigde taxatierapporten die de waardepeildata respectievelijk op € 2.770.000 en € 2.898.000 stelden, gebaseerd op de Taxatiewijzer Crematoria.
De kern van het geschil betrof de technische correctie, met name de levensduurverlenging van afbouw en installaties en de restwaarde. Verweerder stelde een levensduurverlenging van vijf jaar voor, onderbouwd met onderhoudsgegevens en marktgegevens. De rechtbank achtte deze onderbouwing aannemelijk en volgde verweerder. Daarnaast werd een BTW-correctie van 19% in plaats van 21% toegepast, wat echter de waarde niet verlaagde tot onder de vastgestelde WOZ-waarde.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zijn bewijslast had voldaan en dat de WOZ-waarden niet te hoog waren vastgesteld. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de WOZ-waardering van het uitvaartcentrum wordt ongegrond verklaard.