ECLI:NL:RBROT:2020:564
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand nareisprocedure minderjarige zoon
Eiseres diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand en het griffierecht in een beroepsprocedure tegen de IND, betreffende een nareisprocedure voor haar minderjarige zoon. De rechtbank stelde vast dat eiseres haar zoon wettelijk vertegenwoordigt en zelf procespartij is in de procedure, terwijl haar zoon deze niet zelf kan voeren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte had geoordeeld dat de kosten geen noodzakelijke kosten van bestaan zijn, waarmee het bestreden besluit in strijd is met artikel 35 van Pro de Participatiewet. In een eerdere tussenuitspraak was verweerder al in de gelegenheid gesteld het besluit te herstellen, maar hij maakte geen gebruik van deze mogelijkheid.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij de overwegingen van de tussenuitspraak en deze uitspraak in acht worden genomen. Tevens wordt verweerder veroordeeld het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen en de proceskosten en griffierecht vergoeden.