ECLI:NL:RBROT:2020:2334
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke terugvordering pgb wegens niet-naleving medewerkingsverplichtingen
Eiser ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor langdurige zorg over 2017, maar verweerder trok dit budget in en vorderde terugbetaling wegens het niet voldoen aan de verplichtingen die aan het pgb zijn verbonden. Verweerder stelde dat eiser niet heeft meegewerkt aan een administratief onderzoek en niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ingekochte zorg kwalitatief verantwoord was.
Eiser voerde aan dat alle zorg was verleend en dat hij de benodigde informatie had verstrekt. Hij stelde ook dat hij mocht vertrouwen op de goedkeuring van zorgovereenkomsten door verweerder en dat hij zich niet verantwoordelijk achtte voor de verantwoording van het pgb.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende heeft meegewerkt aan het administratief onderzoek en dat het ingediende zorgplan onvoldoende inzicht gaf in de daadwerkelijk geleverde zorg. Het vertrouwen op de goedkeuring van zorgovereenkomsten bood geen bescherming, aangezien verweerder het administratief onderzoek instelde om de feitelijke zorg te controleren. De rechtbank bevestigde dat de verantwoording van de juiste besteding van het pgb bij de verzekerde ligt.
De belangenafweging van verweerder was voldoende gemotiveerd en het besluit tot intrekking en terugvordering was redelijk en rechtmatig. De beroepen van eiser werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de terugvordering van het pgb wegens niet-naleving van medewerkingsverplichtingen.