ECLI:NL:RBROT:2020:2025
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens ontneming vrijheid tijdens voorlopige hechtenis
Eiser ontvangt sinds 2011 een WIA-uitkering. Na zijn voorlopige hechtenis van 7 augustus 2018 tot 15 april 2019 heeft verweerder de uitkering beëindigd op grond van artikel 44 Wet Pro WIA, omdat eiser rechtens zijn vrijheid was ontnomen en hij niet onder de uitzonderingscategorieën viel.
Eiser stelde dat zijn psychische problemen, waaronder een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis, hem ongeschikt maken voor straf en dat verweerder meer onderzoek had moeten doen. Tevens stelde hij dat verweerder vooringenomen was en zijn informatieplicht had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat voorlopige hechtenis ook onder het begrip ontneming van vrijheid valt en dat eiser niet valt onder de uitzonderingen van artikel 44 Wet Pro WIA. Het enkele feit dat eiser naar het Pieter Baan Centrum werd overgebracht voor onderzoek, betekent niet dat hij onder de uitzonderingen valt. Ook was er geen sprake van vooringenomenheid of schending van de informatieplicht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering wegens ontneming van vrijheid wordt ongegrond verklaard.