Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Procesverloop
- mr. Hooijman namens betrokkene;
- mr. De Wit namens de burgemeester.
Rechtbank Rotterdam
Op 17 januari 2020 nam de burgemeester van Rotterdam een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die meerdere malen werd voortgezet en opnieuw genomen in januari 2020. Betrokkene stelde beroep in tegen de crisismaatregel van 23 januari 2020 en voerde vier gronden aan om de maatregel onrechtmatig te verklaren.
De rechtbank oordeelde dat het nemen van een nieuwe crisismaatregel een lopende voortzetting van een eerdere maatregel doet vervallen en dat de crisismaatregel niet in strijd was met het wettelijk systeem. Tevens werd geoordeeld dat de crisismaatregel voldeed aan de vereiste criteria van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dat het wachten op een zorgmachtiging niet verantwoord was.
Verder werd vastgesteld dat het niet binnen 24 uur bijstaan door een advocaat en het niet onmiddellijk afgeven van een afschrift van de crisismaatregel niet leiden tot onrechtmatigheid van de maatregel zelf, omdat deze verplichtingen betrekking hebben op handelingen na het nemen van de maatregel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel van 23 januari 2020 wordt ongegrond verklaard.