Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 december 2020 in de zaak tussen
[eiser] te [plaats] eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Rotterdam
Eiser werd door het CBR een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) opgelegd naar aanleiding van een proces-verbaal van de politie waarin sprake was van herhaaldelijk gevaarlijk rijgedrag op de snelweg. Eiser voerde in beroep aan dat het oordeel onterecht was, mede omdat medeweggebruikers ook gevaarlijk gedrag vertoonden en hij zich slechts eenmaal schuldig zou hebben gemaakt aan onwenselijk rijgedrag. Tevens stelde hij dat de maatregel disproportioneel en niet subsidiariteit was toegepast.
De rechtbank oordeelde dat het CBR op grond van de Wegenverkeerswet en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid verplicht was de EMG op te leggen bij herhaaldelijke gedragingen zoals beschreven in het proces-verbaal. De rechtbank stelde vast dat het vermoeden van ongeschiktheid gebaseerd kon worden op het proces-verbaal en de dashcambeelden, en dat het niet noodzakelijk was dat dezelfde gedraging meerdere keren werd verricht, maar dat verschillende gedragingen samen herhaaldelijk konden zijn.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser, waaronder het beroep op het gelijkheidsbeginsel, en stelde dat het CBR geen ruimte had voor belangenafweging bij het opleggen van de EMG. De proportionaliteits- en subsidiariteitsargumenten werden niet inhoudelijk behandeld omdat het dwingendrechtelijke karakter van de regeling geen andere beslissing toeliet.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de EMG is bevestigd.