Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van het op 12 augustus 2020 door [gedaagde] gevoerde telefonische verweer;
- de conclusie van repliek, met één productie;
- de schriftelijke reactie van 7 oktober 2020 van [gedaagde] .
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
- € 1.413,14 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 december 2019 tot de dag van de algehele voldoening over een bedrag van € 324,89, vanaf 15 december 2019 tot aan de dag van algehele voldoening over een bedrag van € 695,00 en vanaf 8 mei 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening over een bedrag van € 393,25;
- € 211,97 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten, daaronder begrepen de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over die (na)kosten, indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis aan de veroordeling is voldaan.
4..Het verweer
5..De beoordeling
6..De beslissing
- € 341,09 aan verschotten;
- € 360,00 aan salaris voor de gemachtigde;
- voornoemde bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;