Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 190 uur, subsidiair 145 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 47, en 56 van het Wetboek van Strafrecht;
- 10.37 en 10.60 van de Wet milieubeheer;
- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 2 en van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen;
- 23 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen.
9.Bijlagen
10.Beslissing
120 (honderdtwintig) uur, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
60 (zestig) dagen;
geldboete van € 10.000,-(tienduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 85 dagen vervangende hechtenis;
2 jaar, zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.