ECLI:NL:RBROT:2018:6344
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang op grond van bed-bad-brood-regeling wegens onvoldoende medewerking
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Rotterdam om zijn opvang op grond van de bed-bad-brood-regeling te beëindigen, omdat hij onvoldoende meewerkte aan het begeleidings- en uitstroomtraject. De rechtbank oordeelt dat het beleid van de gemeente Rotterdam, dat opvang koppelt aan actieve medewerking aan een traject gericht op perspectief en uitstroom, als buitenwettelijk begunstigend beleid terughoudend wordt getoetst.
De juridische check door Stichting ROS concludeerde dat verzoeker geen juridisch perspectief heeft op een verblijfsvergunning in Nederland, wat door de rechtbank als zorgvuldig en consistent werd beoordeeld. Verzoekers argumenten over een lopende artikel 64-procedure en een klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens leiden niet tot een ander oordeel.
Ook de stelling dat verzoeker een kwetsbare persoon is die recht heeft op basisvoorzieningen wordt verworpen, omdat geen wettelijke verplichting bestaat en verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn gezondheid substantieel wordt bedreigd. De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en verwacht dat het bezwaar tegen het besluit in stand zal blijven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de opvang op grond van de bed-bad-brood-regeling wordt afgewezen.