ECLI:NL:RBROT:2018:5820
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bedee
- J. de Gans
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schending inlichtingenverplichting en boeteoplegging WW-uitkering
Eiseres heeft een WW- en TW-uitkering aangevraagd en ontvangen, maar verweerder stelde na onderzoek vast dat zij zelf haar werkzaamheden bij werkgever had beëindigd vanwege een gepland verblijf in Bulgarije. Dit werd niet gemeld, waardoor sprake was van schending van de inlichtingenverplichting. Verweerder herzag de uitkering, vorderde het te veel betaalde bedrag terug en legde een boete op.
Eiseres betwistte de schending en stelde dat haar werk onvrijwillig was geëindigd, ondersteund door een verklaring van een getuige. De rechtbank hechtte hieraan onvoldoende waarde en vond dat verweerder terecht de boete oplegde, mede omdat eiseres onvoldoende financiële gegevens aanleverde om een lagere boete te rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet hoefde af te zien van terugvordering en boeteoplegging, aangezien de schending van de inlichtingenverplichting vaststond en de boete proportioneel was. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de WW-uitkering en de boeteoplegging wordt ongegrond verklaard.