ECLI:NL:RBROT:2018:4381
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering hotel voor WOZ-waarde en weigering gebruik Taxatiewijzer Hotels
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardering van een hotel centraal voor het belastingjaar 2017. Verweerder stelde de WOZ-waarde vast op € 2.679.000,-, terwijl eiseres een lagere waarde van € 2.499.000,- aanvoerde. De rechtbank overweegt dat verweerder niet verplicht is de Landelijke Taxatiewijzer Hotels te hanteren, maar vrij is een andere methode te kiezen, in dit geval de huurwaarde-kapitalisatiemethode (hwk-methode).
De rechtbank stelt vast dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor niet te hoog zijn. Eiseres betwist de huurwaarde niet en de gehanteerde kapitalisatiefactor is zelfs lager dan de factor afgeleid uit het huurcontract. Daarnaast acht de rechtbank de door eiseres aangeleverde gegevens voor de Taxatiewijzer niet betrouwbaar en wijst op het belang van harde gegevens zoals het aantal overnachtingen voor de toeristenbelasting.
Verder zijn door eiseres aangevoerde gebreken zoals een lekkage en een minder fraai uitzicht onvoldoende onderbouwd om tot een waardedruk te leiden. De rechtbank concludeert dat verweerder zijn bewijslast heeft voldaan en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering van het hotel wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 2.679.000,- bevestigd.