Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 december 2017 in de zaak tussen
[eiseres]
Bureau Financieel Toezicht, verweerder (BFT),
Procesverloop
Overwegingen
€ 15.000,- contant betaalden. Daarnaast was bij werkzaamheden voor de BTW-aangifte een factuur gebruikt, waarin contante bedragen stonden vermeld van in totaal ruim meer dan € 15.000,-. Dat deze omstandigheden op grond van artikel 5:45 van Pro de Awb niet ten grondslag liggen aan de opgelegde boete en met een ander doel dan Wwft-controle zijn opgesteld, betekent niet dat ze bij het vaststellen van de verplichting van [eiseres] om cliëntcontrole uit te voeren in 2011, 2012 en 2013 niet meer van belang zijn.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar gegrond, herroept het boetebesluit voor zover daarbij de hoogte van de boete is vastgesteld op € 28.000,-, stelt de hoogte van de boete vast op € 21.000,- en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit;
- bepaalt dat het BFT aan [eiseres] het betaalde griffierecht van € 333,- vergoedt;
- veroordeelt het BFT in de proceskosten van [eiseres] tot een bedrag van € 2970,-.