ECLI:NL:RBROT:2017:7190
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Lunenberg
- M.V. van Baaren
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij vergoeding immateriële schade
Eiseres ontvangt sinds 2011 een bijstandsuitkering en woont op een adres waar haar partner niet als hoofdverblijf staat ingeschreven. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente een onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering. Verweerder legde eiseres op om gedurende drie maanden bij te houden wanneer haar partner bij haar verblijft. Eiseres maakte bezwaar tegen deze verplichting, die werd gehandhaafd.
Eiseres stelde dat de opgelegde verplichtingen een ernstige inbreuk vormen op haar privéleven en dat zij immateriële schade heeft geleden, waarvoor zij een vergoeding van €549,- vorderde. De rechtbank beoordeelde echter dat het op voorhand onaannemelijk is dat zij immateriële schade heeft geleden die voor vergoeding in aanmerking komt, mede gelet op eerdere rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank overwoog dat psychisch onbehagen of gekwetstheid onvoldoende is voor vergoeding en dat de situatie niet vergelijkbaar is met eerdere zaken waarin huisbezoeken en buurtonderzoeken onrechtmatig werden geoordeeld. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang bij haar verzoek om vergoeding van immateriële schade.