ECLI:NL:RBROT:2017:2823
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Warenwet hygiënevoorschriften zonder matiging
Eiser werd op 14 november 2014 gecontroleerd door de NVWA waarbij meerdere overtredingen van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen werden vastgesteld, waaronder onvoldoende schoonhouden van de verkoopruimte, onvoldoende bestrijding van schadelijke organismen en het niet naleven van HACCP-beginselen. Verweerder legde een boete van in totaal € 2.625,- op.
Eiser erkende de overtredingen maar voerde aan dat hij direct na de inspectie maatregelen had genomen en dat er bijzondere omstandigheden waren die matiging van de boete rechtvaardigden, zoals de omvang en financiële positie van zijn onderneming. Tevens stelde eiser dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de boete op te leggen en dat het bezwaar kennelijk ongegrond was omdat de feiten niet werden betwist. De rechtbank stelde dat de matigingsmogelijkheid slechts bij zeer bijzondere omstandigheden geldt, welke eiser niet aannemelijk had gemaakt. De financiële situatie en omvang van de onderneming waren onvoldoende om matiging te rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde boete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft onverminderd van kracht.