ECLI:NL:RBROT:2017:201
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nieuwe aanvraag uitwonendenbeurs na eerdere omzetting naar thuiswonendenbeurs
Eiser vroeg opnieuw een uitwonendenbeurs aan voor hetzelfde adres nadat zijn eerdere beurs onvrijwillig was omgezet in een thuiswonendenbeurs vanwege een controle waarbij werd vastgesteld dat hij niet feitelijk op het adres woonde.
Verweerder wees de nieuwe aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij vanaf 1 januari 2016 op het adres woonde. Eiser voerde aan dat verweerder een nader onderzoek, zoals een huisbezoek, had moeten verrichten en dat hij met verklaringen en poststukken zijn feitelijke bewoning had aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat het op de aanvrager rust om een wijziging van omstandigheden aan te tonen en dat de overgelegde verklaringen onvoldoende concreet waren. Het ontvangen van post op het adres was niet doorslaggevend en het ontbreken van een huurovereenkomst en huurbetaling woog mee. Verweerder hoefde geen nader onderzoek te doen en mocht geen rekening houden met een mogelijke onbevoegdheid van controleurs bij het eerdere huisbezoek.
Hoewel het primaire besluit mogelijk onzorgvuldig was omdat eiser niet direct gelegenheid kreeg zijn aanvraag nader te onderbouwen, kreeg hij die kans wel in de bezwaarfase. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de nieuwe aanvraag uitwonendenbeurs is ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende feitelijke bewoning heeft aangetoond.