ECLI:NL:RBROT:2016:9937
Rechtbank Rotterdam
- Prejudicieel verzoek
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over aanvang tienjaarstermijn schuldsaneringsregeling
Verzoekster diende op 7 oktober 2016 een nieuw verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Eerder was haar schuldsaneringsregeling definitief van toepassing verklaard op 26 februari 2003 en beëindigd zonder schone lei op 19 april 2006 wegens toerekenbare tekortkomingen. De slotuitdelingslijst werd op 9 januari 2007 verbindend.
De rechtbank onderzoekt of de tienjaarstermijn in artikel 288 lid 2 sub d Fw Pro moet worden gerekend vanaf het materiële einde van de schuldsaneringsregeling (datum beëindiging schuldsanering) of vanaf het formele einde (datum verbindend worden slotuitdelingslijst). De rechtbank constateert dat aansluiting bij het formele einde leidt tot onredelijke verschillen en langere wachttijden.
Gezien de doelstelling van de wetgever om opeenvolgende schuldsaneringsregelingen te voorkomen, acht de rechtbank het redelijker dat de termijn wordt berekend vanaf het materiële einde zoals bedoeld in artikel 349a Fw. Daarom legt zij deze prejudiciële vraag voor aan de Hoge Raad en houdt zij verdere beslissing aan totdat de Hoge Raad uitspraak doet.
Uitkomst: De rechtbank legt prejudiciële vraag voor aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissing aan.