ECLI:NL:RBROT:2016:9177
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.M. Ludwig
- L.A.C. van Nifterick
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen herziening AOW-pensioen na huwelijk ondanks gescheiden wonen
Eiser ontving vanaf 21 juni 2014 een AOW-pensioen voor ongehuwden. Na zijn huwelijk op 22 juli 2015 met een lid van dezelfde geloofsgemeenschap, waarbij zij gescheiden bleven wonen en geen financiële ondersteuning boden, herzag de Sociale Verzekeringsbank het pensioen naar de gehuwdennorm. Eiser voerde aan dat zijn situatie gelijk was aan die van ongehuwden met een latrelatie en dat het onderscheid discriminatoir was vanwege zijn geloof.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet duurzaam gescheiden leefde zoals bedoeld in de AOW en dat het ontbreken van gezamenlijke huishouding of financiële verstrengeling niet relevant is voor de gehuwdentoekenning. De rechtbank volgde de uitleg dat het Besluit regels hoofdverblijf in dezelfde woning alleen voor ongehuwden geldt en dat geloofsovertuiging geen onderscheidend criterium is.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin het verschil tussen gehuwden en ongehuwden met latrelaties wordt gerechtvaardigd vanwege de afdwingbare zorgverplichting en de bijzondere band van het huwelijk. Ook werd gewezen op feitelijke belemmeringen voor toepassing van het Besluit vanwege bewoning van de woning door een meerderjarig kind.
Gelet op deze overwegingen oordeelde de rechtbank dat de herziening van het AOW-pensioen op goede gronden plaatsvond en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 1 december 2016.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm wordt ongegrond verklaard.