Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser1] ,
[eiser2],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling de dato 20 oktober 2016
- de pleitnota van Stichting Woonstad Rotterdam.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert de huurder schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis uit 2012 waarin de huurovereenkomst werd ontbonden en ontruiming werd bevolen. De kantonrechter had destijds het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, maar na het vonnis is een betalingsregeling getroffen en bleef de huurder in de woning wonen.
De huurder staat sinds 2013 onder bewind en de bewindvoerder stelt dat het vonnis geen executoriale titel meer oplevert omdat stilzwijgend een nieuwe huurovereenkomst is ontstaan. De verhuurder stelt dat de huurder een aanzienlijke huurachterstand heeft en dat het vonnis nog steeds geldig is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de huurder in persoon niet-ontvankelijk is en dat alleen de bewindvoerder kan procederen. De rechter stelt vast dat de huurachterstand is opgelopen, maar dat de verhuurder het recht tot ontruiming heeft prijsgegeven of verwerkt door het gedogen van het gebruik van de woning na het vonnis. Hierdoor is het vonnis uit 2012 geen geldige executoriale titel meer voor ontruiming.
Het verbod op ontruiming wordt toegewezen, maar de betalingsverplichting blijft bestaan. De rechter benadrukt dat een nieuwe huurovereenkomst alsnog kan worden ontbonden bij wanbetaling, maar dat is niet aan de orde in deze procedure. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt ontruiming op basis van het vonnis uit 2012 omdat het vonnis geen executoriale titel meer oplevert door het stilzwijgend ontstaan van een nieuwe huurovereenkomst.