ECLI:NL:RBROT:2016:7998

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 oktober 2016
Publicatiedatum
19 oktober 2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 206
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 116a Ambtenarenwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen terugvordering onverschuldigde betalingen na strafontslag

Eiseres was werkzaam bij de Belastingdienst en kreeg op 21 januari 2015 strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder 411 keer privégebruik van haar NS-kaart en het te weinig werken van 234 uur en 44 minuten, terwijl deze uren wel als werktijd waren verantwoord in SAP. Verweerder vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug, waarvan het bezwaar van eiseres ongegrond werd verklaard.

De rechtbank stelde vast dat het strafontslag en daarmee het plichtsverzuim in rechte vaststaan, waardoor verweerder bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 116a Ambtenarenwet en vaste rechtspraak. De rechtbank vond geen aanknopingspunten om af te zien van terugvordering en verwierp het beroep van eiseres, ook omdat toerekenbaarheid geen rol speelt bij de beoordeling van terugvorderingsbesluiten.

Verder oordeelde de rechtbank dat de terugvordering geen straf maar een reparatoire maatregel is, en dat de overige persoonlijke omstandigheden van eiseres geen invloed kunnen hebben in deze procedure. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van onverschuldigde betalingen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 2
zaaknummer: ROT 16/206

uitspraak van de meervoudige kamer van 20 oktober 2016 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. N.J. Glen-Boedhram,
en

de Staatssecretaris van Financiën, verweerder,

gemachtigde: mr. F. Scheffer.

Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder van eiseres een bedrag van € 328,40 aan ten onrechte met haar NS BC/Mobility- Mixxcard (NS-kaart) gemaakte reiskosten en een bedrag van € 1.929,22 bruto (€ 1.416,- netto) in verband met 234 uur en 44 minuten te weinig gewerkte uren teruggevorderd.
Bij besluit van 10 december 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2016. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [a], HR-adviseur bij de Belastingdienst.

Overwegingen

1.1.
Eiseres was sinds 15 april 1985 werkzaam bij de Belastingdienst, laatstelijk in de functie van groepsfunctionaris B te Rotterdam.
1.2.
Op 21 januari 2015 heeft verweerder eiseres met onmiddellijke ingang onvoorwaardelijk strafontslag verleend wegens ernstig plichtsverzuim. Verweerder heeft eiseres verweten dat zij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 30 juni 2014 411 keer voor privé-doeleinden met haar NS-kaart heeft gereisd, terwijl dit niet was toegestaan en dat zij deze reizen niet (tijdig) heeft terugbetaald. Voorts heeft verweerder eiseres verweten dat zij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 25 juli 2014 te weinig uren (234 uur en 44 minuten) heeft gewerkt, terwijl zij deze uren wel in het tijdregistratiesysteem Sap heeft verantwoord als werktijd en dus ten onrechte aan haar zijn uitbetaald.
Bij uitspraak van 23 mei 2016 (ROT 16/1824, 16/1985 en 16/1986) heeft deze rechtbank de beroepen in die procedures (waaronder het beroep inzake het strafontslag) niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet (tijdig) indienen van beroepsgronden. Tegen de uitspraak is geen hoger beroep ingesteld, zodat deze in rechte vast staat.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Het volgens verweerder onverschuldigd aan eiseres betaalde bedrag met betrekking tot het privégebruik van haar NS-kaart over de periode van 1 maart 2013 tot en met 20 juni 2014 is verrekend en ingehouden op de salarisbetaling over oktober 2014. Het volgens verweerder onverschuldigd aan eiseres betaalde bedrag aan onjuist verantwoorde (niet gewerkte) uren is verrekend met de eindejaarsuitkering in november 2014 en met het vakantiegeld op het moment dat die worden uitbetaald.
3.1.
Op grond van artikel 116a van de Ambtenarenwet kan door de Staat of de openbare lichamen onverschuldigd betaalde bezoldiging worden teruggevorderd.
3.2.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 29 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM3702) is een bestuursorgaan op grond van het algemeen rechtsbeginsel, dat hetgeen onverschuldigd is betaald kan worden teruggevorderd, bevoegd om tot terugvordering van het teveel betaalde over te gaan, tenzij andere algemene rechtsbeginselen zich daartegen verzetten.
3.3.
Gelet op 1.2. staat het strafontslag - en daarmee het plichtsverzuim - in rechte vast. Hieruit volgt reeds dat verweerder bevoegd was tot terugvordering van wat onverschuldigd is betaald. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd kan de rechtbank geen aanknopingspunten vinden voor de conclusie dat verweerder had behoren af te zien van gebruikmaking van zijn terugvorderingsbevoegdheid. Het beroep van eiseres op ontoerekenbaarheid kan niet slagen, omdat toerekenbaarheid geen element is dat bij de beoordeling van een terugvorderingsbesluit als hier aan de orde in aanmerking moet worden genomen. Reeds gelet hierop bestaat, anders dan eiseres heeft betoogd, dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerder gehouden was nader onderzoek in te (doen) stellen naar de toerekenbaarheid van de eiseres verweten gedragingen. De overige door eiseres aangevoerde persoonlijke omstandigheden zijn gericht op het plichtsverzuim en kunnen dus in de onderhavige procedure geen rol meer spelen. De wijze waarop verweerder van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt kan voorts de rechterlijke toetsing doorstaan.
3.4.
De stelling van eiseres dat de terugvordering naast de schorsing, het strafontslag en salariskorting een vierde straf is, volgt de rechtbank niet. Nog afgezien van de omstandigheid dat de schorsing en salariskorting ordemaatregelen zijn, heeft de terugvordering geen punitief maar reparatoir karakter. Van enige beoogde leedtoevoeging is geen sprake.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzitter, mr. M.C. Woudstra en
mr. A.M.E.A. Neuwahl, leden, in aanwezigheid van mr. E. Naaijen-van Kleunen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2016.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.