ECLI:NL:RBROT:2016:6949
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking over verstrekking afschriften auditieve verhoren aan verdediging
In deze strafzaak verzocht de raadsman van de verdachte om afschriften van auditieve opnamen van drie verhoren. De officier van justitie weigerde deze afschriften te verstrekken en bood alleen kennisneming op het politiebureau aan. De verdediging maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat het weigeren van afschriften het beginsel van equality of arms schaadt en praktisch onwerkbaar is.
De rechter-commissaris beoordeelde de ontvankelijkheid van het bezwaar en stelde vast dat het bezwaar tijdig was ingediend tegen een beslissing van de officier van justitie. Vervolgens werd de toepasselijke wettelijke regeling besproken, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen processtukken (artikel 32 Sv Pro) en andere stukken waarvan kennisneming is toegestaan (artikel 34 Sv Pro). De officier van justitie stelde dat de opnamen onder artikel 34 Sv Pro vallen en dat er geen recht op afschrift bestaat.
De rechter-commissaris oordeelde dat de weigering van afschriften niet redelijk was, mede omdat de bescherming van persoonsgegevens onvoldoende concreet was onderbouwd en de praktische belemmeringen voor de verdediging te zwaar wogen. Daarom werd beslist dat de gevraagde afschriften alsnog aan de verdediging verstrekt moeten worden. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De verdediging krijgt alsnog afschriften van de auditieve opnamen van drie verhoren verstrekt.