Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het procesverloop en de processtukken
- de brief met bijlagen d.d. 28 november 2014 van de raadsman van verzoeker en
- het e-mailbericht van de rechter-commissaris d.d. 1 december 2014.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de verdediging van verdachte een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die belast was met de strafzaak. Het verzoek betrof een geschil over de vraag of bepaalde stukken als processtukken moesten worden aangemerkt en dus in afschrift aan de verdediging verstrekt moesten worden.
De rechter-commissaris had een beslissing genomen waarin werd gesteld dat de gevraagde stukken geen processtukken waren en daarom geen afschrift hoefde te worden verstrekt. De verdediging stelde dat deze beslissing onbegrijpelijk was en door vooringenomenheid was ingegeven, mede omdat het recht op kennisneming van processtukken volgens haar ruim moest worden geïnterpreteerd.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat een verschil van mening over de uitleg van de wet geen reden is voor wraking. De beslissing van de rechter-commissaris was niet zo onbegrijpelijk dat alleen vooringenomenheid deze kon verklaren. Het verzoek tot wraking is daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.