Eiser was sinds 2007 werkzaam als medior complexbeveiliger bij een Penitentiaire Inrichting. Naar aanleiding van meldingen over zijn gedrag tijdens de nachtdienst van 31 december 2014 op 1 januari 2015, waarbij hij een fles champagne met alcohol binnen de inrichting had gebracht en daarvan had gedronken, werd een onderzoek ingesteld. Eiser ontkende aanvankelijk het alcoholgebruik en gaf onjuiste verklaringen.
Verweerder legde eiser op 23 februari 2015 onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en eiser stelde beroep in bij de rechtbank. De rechtbank stelde vast dat eiser zich schuldig had gemaakt aan het meenemen en nuttigen van alcohol tijdens werktijd en het afleggen van onjuiste verklaringen, hetgeen ernstige schending van zijn ambtsplichten vormt.
De rechtbank oordeelde dat het plichtsverzuim eiser volledig kan worden toegerekend en dat het ontslag niet onevenredig is gezien de aard en ernst van de gedragingen. Het vertrouwen in eiser was onherstelbaar beschadigd, waardoor voortzetting van het dienstverband niet redelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard.