ECLI:NL:RBROT:2016:1714
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos door strafontslag complexbeveiliger
Eiseres was sinds juni 2011 werkzaam als medior complexbeveiliger bij de Penitentiaire Inrichting te Dordrecht. Op 21 januari 2015 werd zij met onmiddellijke ingang ontslagen op staande voet vanwege betrokkenheid bij een hennepkwekerij in haar woning, bezit van grote hoeveelheden hennep, en het niet melden van een relatie met een persoon met een crimineel verleden.
Het UWV weigerde daarop haar WW-uitkering toe te kennen omdat zij verwijtbaar werkloos was geworden. Eiseres stelde in beroep dat er geen dringende reden was voor het ontslag en dat zij niet verwijtbaar werkloos was. De rechtbank toetste dit aan de criteria van artikel 7:678 BW Pro en de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank oordeelde dat het strafontslag rechtmatig was en dat de gedragingen van eiseres een dringende reden vormden. Ook achtte de rechtbank het verwijtbaar dat eiseres niet had voorkomen dat zij werkloos werd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden is ongegrond verklaard.