Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Procesverloop
31 maart 2014 ten bedrage van € 43.217,38 (waarvan een bedrag van 39.634,91 bruto over de periode van 11 februari 2011 tot en met 31 december 2013 en € 3.582,47 netto over de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2014) alsmede een bedrag van € 371,04 netto aan bijzondere bijstand, van eiser teruggevorderd.
Overwegingen
namensdie dienst werkzaam zijn. De hiervoor geschetste werkwijze is volgens verweerder anders dan in het geval waarop de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 16 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2947, betrekking heeft, zodat die uitspraak niet van toepassing is op de werkzaamheden die Investiga voor verweerder heeft verricht.
In genoemde uitspraak van 16 september 2014 heeft de Raad overwogen dat de wetgever de kerntaken van de uitvoering van de Wwb als uitdrukkelijke opdracht aan het college heeft geformuleerd en dat die niet kunnen worden uitbesteed aan private bedrijven. Deze kerntaken dienen binnen het publieke domein te worden uitgevoerd. Tot de kerntaken moeten worden gerekend het nemen van besluiten inzake de bijstandsverlening, de individuele gevalsbehandeling, de beoordeling van de aanspraak en de afweging van individuele omstandigheden, de opsporing, en de verificatie en validatie van voor de bijstand relevante gegevens, bijvoorbeeld door middel van vergelijking in geautomatiseerde bestanden.
namensde RSD. De omstandigheid dat, zoals verweerder stelt, de medewerkers geen beslissingsbevoegdheid hebben en slechts advies uitbrengen aan verweerder, die de uiteindelijke beslissing neemt, maakt onder deze omstandigheden niet dat de door de medewerkers verrichte werkzaamheden kunnen worden beschouwd als werkzaamheden die onder verantwoordelijkheid van verweerder binnen het publieke domein zijn uitgevoerd.
Beslissing
mr. M. Munsterman, leden, in aanwezigheid van mr. S.M. Joseph, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2015.