ECLI:NL:RBROT:2014:6460
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens strijd met goede procesorde na ontbindingsbeschikking
De kantonrechter te Rotterdam behandelde een verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor in een civiele zaak tussen een werkgever en een voormalige werknemer. Verzoeker wilde getuigen horen over de lengte en continuïteit van het dienstverband van verweerster, omdat hij vermoedde dat het dienstverband tussentijds was onderbroken. Dit zou aanleiding kunnen geven tot herroeping van een eerdere ontbindingsbeschikking en gedeeltelijke restitutie van de toegekende vergoeding.
De kantonrechter constateerde dat over de lengte van het dienstverband reeds bindend was beslist in een eerdere ontbindingsbeschikking, waartegen geen rechtsmiddel meer openstond. Het verzoek tot getuigenverhoor was daarmee strijdig met de goede procesorde, omdat het de juistheid van een definitieve beslissing wilde aanvechten buiten het gesloten stelsel van rechtsmiddelen om.
Daarnaast was gebleken dat verzoeker al eerder onderzoek had laten doen zonder resultaat en dat verweerster voldoende bewijsstukken had overgelegd die het doorlopende dienstverband ondersteunden. De kantonrechter oordeelde dat het verzoek geen nieuwe feiten of bewijs aanbood die een ander oordeel konden rechtvaardigen.
Het verzoek werd daarom afgewezen en verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd gegeven door kantonrechter C.J. Frikkee en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.