ECLI:NL:RBROT:2014:4994
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand
Verzoekster heeft op 6 maart 2014 een aanvraag om bijstand ingediend bij de gemeente Rotterdam. Verweerder heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat verzoekster niet tijdig de gevraagde aanvullende documenten, waaronder bankafschriften van een buitenlandse rekening, heeft aangeleverd. Verzoekster betwistte de ontvangst van de tweede herstelbrief, maar de voorzieningenrechter achtte dit niet geloofwaardig gezien haar eerdere reactie en bezoek aan het kantoor van verweerder.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder in redelijkheid om de bankafschriften heeft kunnen vragen en dat de buitenbehandelingstelling in overeenstemming is met artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekster stelde dat verweerder de aanvraag had moeten afwijzen in plaats van buiten behandeling stellen en dat zij een nieuwe hersteltermijn had moeten krijgen, maar dit verweer werd verworpen.
Hoewel verzoekster hoogzwanger was en een spoedeisend belang stelde, was dit belang beperkt en kon de voorlopige voorziening slechts voor een korte periode gelden. De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet toewijsbaar was en wees het af. Verzoekster staat vrij om alsnog de benodigde gegevens te verstrekken in bezwaar of beroep tegen een later besluit.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buitenbehandelingstelling van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen.