ECLI:NL:RBROT:2014:4403
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen onherroepelijke bestuurlijke boetes wegens niet-naleving hygiëne- en bereidingsvoorschriften afgewezen
Een vennootschap onder firma kreeg bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtredingen van hygiënevoorschriften op 16 juni en 23 augustus 2011, en een boete wegens overtreding van bereidingsvoorschriften op 23 augustus 2011. De boetes waren onherroepelijk verklaard. De vennootschap, vertegenwoordigd door eiser, stelde beroep in tegen het niet matigen van deze boetes en tegen een nieuwe boete.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere boetes onherroepelijk waren en dat het verzoek tot heroverweging slechts kan slagen bij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, welke niet waren aangevoerd. Het beroep op financiële hardheid faalde omdat eiser onvoldoende financiële gegevens verstrekte, ondanks meerdere verzoeken.
Verder werd geoordeeld dat eiser terecht als vennoot werd aangemerkt en aansprakelijk werd gesteld, ondanks een overdrachtsovereenkomst, omdat hij tot 15 september 2011 als vennoot in het handelsregister stond ingeschreven en de onderneming daarna als eenmanszaak voortzette. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boetes wordt ongegrond verklaard en de boetes blijven onverminderd van kracht.