ECLI:NL:RBROT:2014:2717
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding rookverbod in horeca-inrichting
Eiseres, eigenaar van een eenmanszaak die een horeca-inrichting exploiteert, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van het rookverbod zoals neergelegd in artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. Tijdens een inspectie op 1 februari 2013 werd vastgesteld dat er in het café werd gerookt en dat een vrouw achter de bar aanwezig was die hielp met werkzaamheden.
Eiseres voerde aan dat de vrouw een vriendin was die slechts incidenteel hielp en dat de oppervlakte van de horeca-inrichting kleiner was dan 70 m2, waardoor zij niet gehouden zou zijn het rookverbod te handhaven. De rechtbank oordeelde echter dat de vrouw niet als vrijwilliger kan worden aangemerkt omdat zij niet voor een privaat- of publiekrechtelijk lichaam werkte, en dat er sprake was van een gezagsverhouding, waardoor zij als werknemer moet worden beschouwd.
Gelet op de ruime definitie van werknemer in de tabakswetgeving en de Arbeidsomstandighedenwet, concludeerde de rechtbank dat eiseres als werkgever verantwoordelijk is voor het handhaven van het rookverbod. De oppervlakte van het café was daarmee niet relevant. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete van €600 bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de bestuurlijke boete wegens overtreding van het rookverbod wordt ongegrond verklaard.