Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 december 2014 in de zaak tussen
[a], gevestigd te [b], eiseres,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een financiële onderneming tegen een bestuurlijke boete van €250.000 opgelegd door de AFM wegens overtreding van artikel 86a van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). Deze boete werd opgelegd omdat het beloningsbeleid van de onderneming in 2011 prikkels bevatte die konden leiden tot onzorgvuldige behandeling van consumenten.
De rechtbank oordeelde dat het beloningsbeleid onvoldoende beheerst was, omdat de variabele beloning van adviseurs grotendeels gebaseerd was op omzet zonder kwalitatieve toetsing, wat kon leiden tot product pushing en misselling. De onderneming kon zich niet beroepen op het legaliteitsbeginsel omdat de regelgeving en de toelichting daarop voldoende duidelijk waren en zij al vanaf 2009 op de hoogte was van de principes voor beheerst beloningsbeleid.
Verder verwierp de rechtbank de bezwaren tegen de boeteoplegging, waaronder het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het handhavingsbeleid van de AFM. De hoogte van de boete werd passend geacht, mede gezien de ernst van de overtreding en de ruime compensatie voor eventuele onduidelijkheid over een coulanceperiode. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €250.000 wegens overtreding van artikel 86a BGfo.