ECLI:NL:HR:2010:BM8910

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00863
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg begrip grove schuld in verzekeringspolis bij diefstal sieraden

In deze zaak stond de uitleg van het begrip 'grove schuld' in een verzekeringspolis centraal, nadat sieraden waren gestolen. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat eerder de vorderingen van eiser had afgewezen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank en het arrest van het gerechtshof, die aan het arrest gehecht zijn. De verzekeraar Axa was in cassatie verstek verleend en was niet verschenen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding, die aan de zijde van Axa nihil zijn begroot.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven, Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door Numann op 17 september 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

17 september 2010
Eerste Kamer
09/00863
EV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.P. de Witte,
t e g e n
de rechtspersoon naar Duits recht AXA ART VERSICHERUNG A.G.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Axa.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 241047 / HA ZA 05-1289 van de rechtbank 's-Gravenhage van 13 juli 2005, 19 oktober 2005 en 2 augustus 2006;
b. het arrest in de zaak 105.005.541/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 december 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Axa is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Axa begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 september 2010.