ECLI:NL:RBROT:2013:5307
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- J. Bergen
- M. G.L. de Vette
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsplicht
Eiser ontving een persoonsgebonden budget (PGB) op basis van een indicatie voor zorgzwaartepakket 4GGZ C. Verweerder beëindigde het PGB per 1 mei 2012 omdat eiser niet aan zijn verantwoordingsplicht voldeed. Eiser had onjuiste en onvolledige gegevens verstrekt over de verleende zorguren in 2011. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot beëindiging van het PGB.
Eiser behield wel recht op zorg in natura, maar wenste dit niet. Hij stelde dat zorg in natura geen optie was vanwege wantrouwen en agressie tegenover externe zorgverleners, en dat alleen zorg door familie adequaat was. De rechtbank vond echter dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zorg in natura onaanvaardbare consequenties zou hebben. Een nader onderzoek naar de specifieke zorgbehoefte was noodzakelijk, maar eiser weigerde medewerking.
De verklaringen van de psychiater en huisarts boden onvoldoende grondslag om zonder nader onderzoek zorg in natura uit te sluiten. De rechtbank concludeerde dat het PGB niet bedoeld is als aanvulling op het gezinsinkomen en dat verweerder geen rekening hoefde te houden met de financiële situatie van eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het persoonsgebonden budget wordt ongegrond verklaard.