ECLI:NL:RBROT:2013:3666
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering kinderbijslag en kindgebonden budget met boete
Eiser ontving vanaf het derde kwartaal 2008 kinderbijslag voor zijn dochter die in het buitenland studeerde en niet bij hem woonde. Verweerder, de Sociale verzekeringsbank (SVB), stelde na onderzoek dat de dochter niet woonde op het opgegeven adres en herzag het recht op kinderbijslag, vorderde bedragen terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de SVB zorgvuldig was en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de betaalde bedragen daadwerkelijk voor de verzorging van zijn dochter waren gebruikt. De stelling dat het bewijs onrechtmatig was verkregen werd niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank constateerde echter dat de SVB niet bevoegd was tot terugvordering van het kindgebonden budget en de kindertoeslag, omdat deze bevoegdheid bij de Belastingdienst ligt en er geen mandaat was verleend. Daarom werd dit deel van het besluit vernietigd. De opgelegde boete werd verminderd omdat het benadelingsbedrag moest worden aangepast.
De rechtbank herroept het besluit voor zover het de terugvordering van kindgebonden budget en kindertoeslag en de boete betreft, stelt de boete vast op € 765,- en veroordeelt de SVB tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de terugvordering van kindgebonden budget en kindertoeslag wordt vernietigd, de boete verminderd tot € 765,- en de terugvordering van kinderbijslag bevestigd.