ECLI:NL:RBROT:2012:BY7125
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerk wegens onvoldoende betrouwbaarheid
Eiser had toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, maar deze werd ingetrokken door verweerder wegens onvoldoende betrouwbaarheid. Dit volgde op een strafbeschikking voor vernieling en processen-verbaal inzake mishandeling van een collega en een bezoeker.
Eiser betwistte de beschuldigingen en stelde dat er geen sprake was van een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde of serieuze verdenking. Hij wees op het ontbreken van veroordelingen en betwistte de feiten, onderbouwde zijn onschuld en verwees naar zijn lange staat van dienst als portier zonder incidenten.
De rechtbank oordeelde dat de feiten betreffende vernieling en mishandeling van de collega onvoldoende grond boden voor intrekking, maar dat de mishandeling van de bezoeker wel een serieuze verdenking vormde. De verklaringen en strafbeschikking hiervoor waren voldoende betrouwbaar om de intrekking te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat eiser niet over de vereiste betrouwbaarheid beschikte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerk wordt ongegrond verklaard.