ECLI:NL:RBROT:2011:BU5321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A.C. van Nifterick
- D. Haan
- J.L.S.M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet melden verhoren beleidsbepaler als verdachte hypotheekfraude
De vennootschap onder firma [naam 1], vergunninghouder voor bemiddeling, kreeg van de AFM een bestuurlijke boete opgelegd van €1.000 wegens het niet melden van verhoren van een van haar beleidsbepalers, [A], als verdachte in een strafrechtelijk onderzoek naar hypotheekfraude. De verhoren vonden plaats in 2008, maar werden niet aan de AFM gemeld, wat volgens de AFM een overtreding van artikel 102 BGfo Pro vormt.
De rechtbank oordeelde dat artikel 102 BGfo Pro in samenhang met artikelen 4:10 en 4:26 Wft en artikel 12 BGfo Pro gelezen moet worden, waarbij wijzigingen in relevante feiten of omstandigheden, zoals verhoren als verdachte, gemeld moeten worden. Het betoog van eiseres dat deze verhoren geen wijziging vormden faalde, mede omdat het voor haar voorzienbaar was dat zij dit moest melden. Het argument dat de boete in strijd zou zijn met het bepaaldheidsbeginsel werd verworpen, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Verder werd geoordeeld dat het ontbreken van een cautie voorafgaand aan het gesprek met AFM geen gevolgen had voor de boeteoplegging. Ook het verwijt van 'napleiten' door AFM faalde. De rechtbank vond de boete niet disproportioneel en hield de beslissing tot publicatie van de boete in stand. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €1.000 wegens niet melden van verhoren als verdachte werd ongegrond verklaard.