ECLI:NL:RBROT:2011:BU4426
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde betaling FTA-tarieven tussen KPN en UPC
KPN vordert van UPC terugbetaling van te hoge FTA-tarieven die UPC in rekening bracht in de periode van 24 september 2003 tot 1 augustus 2004, gebaseerd op een besluit van OPTA dat een bovengrens voor deze tarieven heeft vastgesteld. UPC voerde aan dat de civiele procedure niet ontvankelijk is vanwege de formele rechtskracht van bestuursrechtelijke besluiten en dat de vordering verjaard is. De rechtbank oordeelt dat de civiele weg openstaat ondanks bestuursrechtelijke procedures en dat de verjaring tijdig is gestuit door schriftelijke mededelingen, waaronder een e-mail van KPN.
De rechtbank stelt vast dat UPC zonder rechtsgrond hogere tarieven heeft gerekend dan toegestaan volgens het Geschilbesluit van OPTA, waardoor KPN onverschuldigd heeft betaald. De hoogte van het terug te vorderen bedrag kan echter nog niet worden vastgesteld omdat partijen geen overeenstemming bereikten over het tarief. De rechtbank verwijst de zaak naar de parkeerrol voor nadere onderhandelingen en informatie over het verloop daarvan.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat UPC geen contractuele rente verschuldigd is, maar wettelijke rente, en dat KPN gerechtigd is tot haar vordering zonder dat sprake is van misbruik van recht of gebrek aan belang. Het vonnis staat open voor tussentijds hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van KPN toe en bepaalt dat UPC het teveel betaalde FTA-tarief onverschuldigd aan KPN moet terugbetalen, met nadere vaststelling van het bedrag na onderhandelingen.