ECLI:NL:RBROT:2011:BP2288
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boete AFM wegens kunstmatig op peil houden koers aandeel Batenburg
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde verzoeker een bestuurlijke boete van €24.000 op wegens overtreding van artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Verzoeker zou met handelsorders in het aandeel Batenburg de koers kunstmatig op een hoger niveau hebben gehouden. Dit betrof transacties in de laatste vijf maanden van 2008, waarbij verzoeker systematisch aandelen kocht tegen een koers die gemiddeld 3,27% hoger lag dan de voorgaande transactie.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de boete en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van de publicatie van het boetebesluit. De rechtbank oordeelde dat verzoeker de transacties zelf heeft bewerkstelligd en dat het handelen gericht was op het kunstmatig verhogen van de koers, wat in strijd is met de Wft. Het argument dat het beperkte volume geen koersbeïnvloeding kon veroorzaken, faalde. Ook het beroep op de 'tenzij-clausule' werd verworpen omdat het handelen niet in overeenstemming was met gebruikelijke marktpraktijken.
De rechtbank overwoog verder dat de term 'houden' in de wet richtlijnconform moet worden uitgelegd en niet beperkt is tot het exact op hetzelfde niveau houden van de koers, maar ook het op een hoger niveau brengen kan omvatten. Verzoeker had voldoende duidelijkheid kunnen verkrijgen over de onrechtmatigheid van zijn handelen en had waarschuwingen genegeerd. De rechtbank vond geen reden om de publicatie van de boete op te schorten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de publicatie van de boete wegens kunstmatig op peil houden van de koers van het aandeel Batenburg wordt afgewezen.