ECLI:NL:RBROT:2010:BN1268
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Janssen
- Van Nijen
- Van Lottum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling ondanks overtredingen voorwaarden
De veroordeelde werd bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan de tenuitvoerlegging startte op 25 september 2009. Op 22 januari 2010 werd hij voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder algemene en bijzondere voorwaarden, waaronder een drugs- en alcoholverbod en een meldingsgebod.
Het Openbaar Ministerie diende op 18 mei 2010 een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in wegens overtredingen van deze voorwaarden, waaronder het gebruik van cocaïne en het niet verschijnen bij meldafspraken. De verdediging stelde dat de vordering niet onverwijld was ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat een termijn van 29 dagen niet meer onverwijld is, maar dat de belangen van de veroordeelde niet zijn geschaad omdat hij binnen twee maanden uitsluitsel krijgt.
De rechtbank oordeelde dat de overtredingen onvoldoende aanleiding geven tot herroeping, mede omdat herroeping de positieve ontwikkeling van de veroordeelde zou frustreren. De vordering van het Openbaar Ministerie werd daarom afgewezen.
De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 14 juli 2010, waarbij de officier van justitie ontvankelijk werd verklaard maar de vordering werd verworpen.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt afgewezen ondanks overtredingen van voorwaarden.