ECLI:NL:RBARN:2011:BR3915
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Gorp
- J.J. Catsburg
- J.W.T.M. Follender Grossfeld
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens niet-onverwijlde indiening
De rechtbank Arnhem behandelde een vordering van het Openbaar Ministerie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde die eerder was veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. De veroordeelde was op 13 januari 2010 voorwaardelijk in vrijheid gesteld met een proeftijd van 365 dagen. Na een rapportage van het Leger des Heils over overtreding van bijzondere voorwaarden, diende het OM op 10 mei 2011 een vordering tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling in bij de rechter-commissaris, die deze schorsing op 11 mei 2011 toewijst.
Het OM diende vervolgens op 24 juni 2011 een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in bij de rechtbank, 45 dagen na de schorsingsvordering. De rechtbank oordeelde dat deze indiening niet 'onverwijld' was zoals vereist op grond van artikel 15i Sr en de memorie van toelichting, waardoor het OM niet-ontvankelijk is in deze vordering. De rechtbank stelde dat de belangen van de veroordeelde zijn geschaad doordat de rechtbank niet eerder kon beslissen over de herroeping en vrijheidsbeneming.
Tijdens de zittingen op 30 juni en 8 juli 2011 werd het verzoek van de raadsman om getuigen van het Leger des Heils op te roepen behandeld, waarna de rechtbank de zaak aanhield. Uiteindelijk werd het OM niet-ontvankelijk verklaard en het bevel tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling met onmiddellijke ingang opgeheven. Hiermee kon de veroordeelde zijn voorwaardelijke invrijheidstelling voortzetten.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling vanwege niet-onverwijlde indiening, en het bevel tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling is opgeheven.