ECLI:NL:RBROT:2009:BI2850
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- L.A.C. van Nifterick
- K. Werkhorst
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete opgelegd aan Philippine National Bank wegens aantrekken van opvorderbare gelden zonder vergunning
De Philippine National Bank (PNB) kreeg van De Nederlandsche Bank (DNB) een bestuurlijke boete opgelegd van €87.125 wegens het zonder vergunning aantrekken van opvorderbare gelden in Nederland, in strijd met artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992). PNB stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting verscheen PNB niet, waarna de rechtbank het onderzoek sloot zonder verdaging.
De rechtbank oordeelde dat het te laat indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar was omdat het primaire besluit vertraagd was ontvangen. Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat PNB noch haar Nederlandse dochteronderneming PNB NL beschikten over de vereiste vergunningen en dat PNB NL bemiddelde bij het openen van rekeningen, wat ook een overtreding vormde. De boete aan PNB NL was lager wegens bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verwierp het beroep op het ne bis in idem-beginsel omdat het hier ging om verschillende verboden en verschillende entiteiten. Ook vond de rechtbank dat PNB voldoende verwijtbaar was en dat de boete niet disproportioneel was. Het beroep werd ongegrond verklaard en PNB kreeg geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van Philippine National Bank tegen de boete van DNB wordt ongegrond verklaard.