ECLI:NL:RBROT:2008:BG5385
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen aanwijzing AFM inzake aanbieden en beheren beleggingsobjecten door Investerra
Investerra heeft bezwaar gemaakt tegen een aanwijzing van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarin zij werd verplicht te stoppen met het aanbieden en beheren van beleggingsobjecten zonder vergunning. De AFM stelde dat Investerra in strijd met artikel 2:55 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft) beleggingsobjecten aanbood, waaronder kavels landbouwgrond met een deelnamebedrag onder de vrijstellingsgrens van € 50.000,-.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Investerra een spoedeisend belang had bij het verzoek tot voorlopige voorziening vanwege het risico op handhavingsmaatregelen en mogelijke strafrechtelijke vervolging. Voorshands werd vastgesteld dat Investerra inderdaad beleggingsobjecten aanbood en dat het beheer van deze objecten hoofdzakelijk door een derde werd uitgevoerd, wat onder de Wft-definitie valt.
De rechter achtte het eerste onderdeel van de aanwijzing, gericht op het stoppen met aanbieden, binnen de bevoegdheid van de AFM en proportioneel. Het tweede onderdeel, dat Investerra verplichtte het beheer van reeds afgesloten overeenkomsten te staken en brieven aan kopers te sturen, werd echter geschorst. Dit onderdeel zou de overeenkomsten openbreken en was mogelijk niet binnen de wettelijke bevoegdheid van de AFM. Tevens werd de AFM veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt deels toegewezen door schorsing van het tweede onderdeel van de aanwijzing van de AFM.